4x4 techniek

4x4 Techniek

De kunst van het terreinrijden
Wanneer u het ruige terrein ingaat is het natuurlijk verstandig om uzelf en uw auto voor te bereiden op deze zware omstandigheden. Uw auto kunt u voorbereiden door deze te voorzien van modderbanden, snorkel, een lier met lierbumper, stevige stalen balken rondom (rock sliders), keienplaten voor bescherming van stuurinrichting en bijvoorbeeld een differentieel bescherming. Om zelf goed voorbereid het terrein in te gaan willen we u graag iets vertellen over de kunst van het terreinrijden. Wilt u echt de fijne kneepjes van het vak leren? Boek dan de 4x4 cursus!

Terrein algemeen...
Verschillende krachten spelen een spel met de terreinwagen. Ten eerste de zwaartekracht. Bij enige snelheid zal het voertuig zich (zonder obstakels) voortbewegen in een rechte lijn wanneer sturen en remmen niet helpt. Probeer steeds te voorzien waar die rechte lijn uitkomt. Kijk naar de auto's voor je. Waar zij vastlopen, loop jij wellicht ook vast. Probeer iets anders. Probeer uit de sporen te komen voordat ze te diep worden. Stap op een lastig punt uit en bekijk het vervolg van je route, of de ondergrond of waar het pad heen loopt, enz. Verken het terrein.

Grip houden in modder en sporen...
Als de banden tijdelijk geen grip hebben, merk je nauwelijks dat de wielen naar rechts of links staan. Op het moment dat ze weer grip krijgen, beweegt de auto met een onverwachte schok naar rechts of links. Als sturen niet het gewenste effect heeft, stuur dan weer rechtuit. De auto zal zich meer voorspelbaar gedragen. Voorkom spinnende wielen. Die hebben geen grip en spinnen vult het profiel met modder waardoor de band gladder wordt.

Rijden op zand
Gebruik brede banden en bij mul zand een lage bandenspanning. Als je veel door zand moet rijden is een speciale zandband aan te bevelen. Deze heeft een ander profiel als bijv. een modderband. De laatste heeft grof profiel en heeft daardoor de neiging om zich in te graven in zand. Houdt bij mul zand een redelijke vaart aan. Je zult merken dat de motor er flink aan moet trekken aangezien het mulle zand veel weerstand geeft.

Rijden op rots en steen
Hier is een dilemma met de bandenspanning. Een iets lagere spanning kan de grip verbeteren, maar de band is kwetsbaarder om door scherpe uitsteeksels doorboord te worden. Kies liever voor een wat hardere band. Soms wil je het terrein vlak voor je wielen zien en dat is niet makkelijk bij de meeste 4x4's, zeker niet als je ook nog 'ns een reservewiel op de motorkap hebt. Steeds uitstappen dus. Maar soms is het niet te doen om iedere meter uit te stappen en te kijken waar je je wiel nu weer neer zult zetten. Handiger is als de bijrijder voor de auto staat en signalen geeft om je verder te loodsen.

Rijden door water...
Doe je koplampen even uit (tegen knappen van het glas). Hang eventueel een plastic zak voor de radiator. Maak een boeggolf door een zekere vaart aan te houden. Het water daarachter vormt ter hoogte van de motor juist een golfdal. Zo dompel je de motor minder onder dan de rest en dat is prettig. Haal daarna meteen de zak weer weg. Verken eventueel eerst te voet wat er onder water zit. Hoe is de bodem? Hoe diep? Peil met een schep of stok, niet alleen kijken, want water vertekent. Hoe hoog zit de luchtinlaat? En de verdeler? Als het stroomt is waarschijnlijk de bodem stevig, als het stilstaat ligt er misschien slib. Probeer even hoe dik die laag is. Controleer of de oevers aan de overkant niet te steil zijn.

Hellingen...
Omhoog: kijk bij het bestijgen van een steile helling welke versnelling je op het steilste gedeelte nodig zult hebben. Gebruik die dan voor het hele stuk. Schakel niet als je klimt. Je raakt dan je vaart kwijt. Laat de wielen niet teveel slippen. Rijd zo rustig als maar kan. Omlaag: Zorg dat de wielen dezelfde snelheid houden als de auto. Op sommige hellingen/ondergronden zijn de alternatieven niet "rijden" of "stilstaan", maar "rijden" of "glijden/skiën". Dan is rijden het best, want dan kun je nog sturen. Probeer dus niet te stoppen op steile, gladde hellingen. Zet 'm in de versnelling (1 of 2 laag) en concentreer op het sturen. Rem op de motor, niet met de rem. Neem hellingen zonder weg liever niet diagonaal, maar recht. Als je toch diagonaal afdaalt en je helt teveel over (zou je kunnen gaan rollen), stuur dan recht naar beneden om kantelen te voorkomen. Als de auto gaat glijden, stuur dan in de richting van het glijden, in de richting van het dal.

Neem greppels en obstakels diagonaal, met één wiel tegelijk en houd enige vaart.

Let op dat niet twee wielen diagonaal van de grond komen, want dan heb je opeens geen tractie meer (ook al heb je de difflock/lengtesper ingeschakeld). De meeste 4x4's hebben namelijk standaard geen sperdifferentieel (breedte sper).

Bij het diagonaal oversteken kun je als het derde wiel de greppel in gaat wat extra gas geven.

Weer op het asfalt...
Verwijder modder van de wielen, ook aan de binnenkant van het wiel. Check vloeistoffen. Er kan water bij de olie zijn gekomen. Meestal wordt de olie dan troebel en wittig van kleur. Vervang de olie onmiddelijk want water staat nou eenmaal niet bekend om goede smerende eigenschappen. Breng de banden weer op spanning.

Thuisgekomen...
Spuit modder van/uit het chassis, motor, bak en carrosserie. Denk met name om de chassisbalken (ook de binnenkant indien mogelijk). Vergeet ook de remmen en de binnenzijde van de wielen niet. Als je een hogedrukspuit gebruikt, spuit dan niet rechtstreeks op dichtingen (rubbers, pakkingen), zoals bij de stuurbollen, aandrijfassen e.d.

Bent u nieuwsgierig geworden naar de mogelijkheden voor uw groep? Bel ons op 0488-410444 of vraag informatie aan via het contactformulier. Voor een concreet idee bekijkt u hier het voorbeeldprogramma.

Deel dit artikel: 

PLAN UW EVENEMENT

Vraag meer informatie aan met het contactformulier:
Contact opnemen Of neem telefonisch contact met ons op via 0488-410444
Omnivents. Vebon. Verzekerd van professionele buitensport. TUV servicecheck.